Onze Hampshire Downschapen

Vanaf het prille begin, zo'n 150 jaar geleden, heeft de Hampshire Down, vernoemd naar de heuvels rond Hampshire in het zuiden van Engeland, zich moeten zien te redden onder natuurlijke omstandigheden. 

Het resulteerde in een sterk en gezond schaap dat goed bestand is tegen allerlei weertypen.
Vruchtbaar bovendien, met een tot twee lammeren per worp.

De lammeren tonen direct bij de geboorte al hun kracht.
Ze staan snel op en beschikken over een enorm groeitempo.
Dit alles is voor een groot deel te danken aan de ooien.
Dat zijn uitstekende moederdieren, die flinke hoeveelheden melk produceren.
Maar de lammeren erven ook de nodige energie van hun vaders.
Deze rammen zijn in de loop der jaren geselecteerd op kracht en vitaliteit.
Ze bereiken een gewicht van rond de 120 kg en zijn daarmee zwaarder dan de Texelaar, maar nog altijd lichter dan de Suffolkram die kan uitgroeien tot wel 140 kg.

Kenmerkend voor de Hampshire Down zijn de oren.
Net als bij de Suffolk zijn die redelijk lang en staan ze dwars op de kop.
Het schaap heeft verder een compact lijf, met een gespierde nek, een brede en rechte rug, volle flanken en een stevig achterwerk.
Het lijf wordt gedragen door een paar krachtige poten van dezelfde kleur als het gezicht.
De wol is wit, dicht en fijn.
Zelfs de ballen van de ram zijn goed met wol bedekt.