Onze Ouessant schapen

De naam “Ouessant” komt van het eiland Ouessant, een klein eilandje ten westen van Brest (Bretagne, Frankrijk). Ouessant wordt op z’n Nederlands uitgesproken als oe-es-sant.

 

Het ras

De Ouessant is het kleinste schapenras ter wereld; voor de rammen geldt een maximale schofthoogte van 49 cm en ze wegen omstreeks 20 kg, de ooien zijn 46 cm en wegen zo’n 14 kg. Het zijn gezonde dieren, waar weinig ziekten bij voorkomen, ze lammeren gemakkelijk af en hebben overwegend een goede melkgift. Castreren van de ram is niet aan te raden bij een zeer jonge ram, aangezien dan de ontwikkeling van vooral de hoorns stagneert. Het zijn sobere dieren, die gehouden kunnen worden op een relatief klein oppervlak.

 

Wat eten ze?
Schapen zijn herkauwers en zolang er gras in de wei staat is dat de beste voeding. ’s Winters kan er onbeperkt hooi gevoerd worden. Ze moeten altijdkunnen drinken. Ook een schapenliksteen (zout en mineralen) behoort tot de standaarduitrusting van een schapenhouder.
Schapenbrokken voeren is niet noodzakelijk. Een schaap vindt het gras aan de andere kant van het gaas altijd het lekkerst. Stevig fijnmazig gaas voorkomt dat ze de kop door het gaas steken en er met hun oornummers achter blijven haken. Bomen in het weiland moeten afgerasterd worden en vooral giftige planten en struiken (taxus en St. Janskruid o.a.) moeten ver van het gaas gehouden worden.

Een stal of afdak nodig?
De Ouessant is een natuurlijk ras: in principe kunnen ze het gehele jaar buiten verblijven en is een stal niet echt noodzakelijk. Maar enige beschutting tegen regen, sneeuw en kou is wel nodig en het hooi moet droog blijven. Aflammeren kan gewoon in de wei gebeuren.

 

Verzorging.
Schapen moeten geschoren worden. Juli is een goede scheermaand aangezien door de hitte het wolvet soepeler wordt. Wel is het dan oppassen bij felle zonneschijn, omdat de schapen kunnen verbranden zonder hun beschermende vacht.


Ziekten
Ouessanten zijn weinig ziektegevoelig, maar bv. blauwtong en myiasis kunnen flinke schade aanrichten.

 

Vruchtbaarheid.
Ouessanten werpen jaarlijks één lam (incidenteel een tweeling) na een dracht van 21 weken. De eerste weken drinken de lammeren bij de moeder, maar al snel grazen ze met de kudde mee en doen ze zich ook te goed aan brokjes. Ze kunnen dan gespeend worde ofwel gescheiden van de moeder en meestal gebeurt dat als ze ongeveer 4 maanden oud zijn. De moederooi kan dan wat herstellen voordat ze opnieuw gedekt wordt in het najaar. Ouessanten kunnen vlot 10 jaar oud worden en ook zijn er dieren bekend die 15 /16 jaar oud geworden zijn.